Over mij

Mijn foto
Gent, Oost-Vlaanderen, Belgium

zondag 11 augustus 2013

EEN STUKJE LITERAIRE POEZENLIEFDE!



"Lamperijn echter, bleef. Het zal u koud laten, maar als ik daarna toch sterven moet dan zou ik liever Lamperijn beschreven willen hebben dan Napels gezien : maar ik kan haar niet beschrijven. Laat het genoeg zijn wanneer ik zeg dat zij Blodite Su Lin had moeten heten, want op die lijkt ze nog het meest, maar dat deed het niet als roepnaam. En dat ze zwart is met twee witte befjes, het onderste op de manier van wasberen tussen de achterpoten. Zij glanst als de ballen in een kerstboom en even onderverdiend want het is haar moeder die haar schoonlikt, zelf houdt ze het stof onbekommerd om de schoudertjes. Ze is zo slap in de gewrichten als een lappenpop, zo zacht als konijnepootjes, zo gracieus als een Japanse letter, maar nee, beschreven is ze hiermee niet.
Maar wat ik u eigenlijk meedelen wilde, - hebt u al eens gemerkt dat katten twee talen hebben, een voor de mensen en een voor elkaar? Vroeger richtte Hum (moederpoes) vaker het woord tot mij dan nu haar gedachten permanent elders zijn, maar af en toe geeft ze mij toch nog te kennen dat ze naar buiten wil of honger heeft. Ze doet dat met het tamelijk ongenuanceerde mwaa-mwaa-geroep waarvan ik dacht dat het de enige taal was waarover ze beschikte. Maar met Laperijn praat ze in vele toonaarden en honderd varianten op een thema in prr-prr. Ze verwart de twee talen nooit, ook niet toen ze laatst mij aankeek en mwaa-prr-prr zei, want toen hield ik Lamperijn vast en dat beviel haar niet. Ik ben er zo aan gewend geraakt dat ik niet meer opkijk wanneer het prrt in de kamer.
Alleen vanmiddag toen het zo erg lang en klaaglijk aanhield, ging ik kijken. Tot mijn verbazing zat Hum voor de dichte deur, ze wou de kamer uit en had zich vergist (in taal)! Gevleid door haar verspreking deed ik de deur open maar in plaats van naar buiten te stappen draaide Hum trimfantelijk de kop naar mij toe, terwijl Lamperijn op hoge poten de kamer in wiegde."

Renate RUBINSTEIN (1020-1990) heeft de column tot een volwaardig literair genre gemaakt. Vanaf 1961 schreef zij onder het pseudoniem Tamar columns in Vrij Nederland.
Met W.F. Hermans en Rudy Kousbroek behoort Renate Rubinstein tot de Grote Drie van de Poezenliefhebbers in de Nederlandse literatuur!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen