Over mij

Mijn foto
Gent, Oost-Vlaanderen, Belgium

dinsdag 13 september 2011

AMBROOSJE O ZO BROOS







































Afgelopen dinsdag werden Ambroosjes beide ogen verwijderd. Links zat effectief vrijwel geen oog meer en toen de dierenarts het rechteroog wou verwijderen viel het er gewoon uit , totaal veretterd.

De operatie is goed verlopen, hij krijgt nu antibiotica en pijnstillers.

Hij is prinsheerlijk geïnstalleerd op zijn warmwaterbedje, met een knuffelbeer en wat zachte speelgoedjes en wordt natuurlijk extra veel ‘bepampeld en bepoteld’. Je hebt kittens die daar een hekel aan hebben en zich meteen loswringen, maar voor Ambroos kan er niet genoeg geknuffeld worden. Aandoenlijk grappig om te zien hoe hij zich ‘voor dood’ laat neervallen wanneer je over zijn buikje aait en eindeloos lang zijn minikoppie tegen je gezicht aanwrijft.

Na de verdoving, kwamen zijn darmpjes niet op gang met een ernstige constipatie tot gevolg. Hij was lusteloos en wou niet meer eten. Dierenarts Marlous is hem tijdens het weekend verschillende keren flink komen masseren wat goddank tot de gewenste verlossing heeft geleid.


Af en toe (en onder begeleiding) mag hij uit de bench en het is verbazingwekkend om te zien hoe voorzichtig hij zich dan beweegt. De zetel kent hij ondertussen op zijn duimpje; van zodra hij geen vaste grond meer onder zijn (voor-)pootjes voelt, stopt hij.

Ambroosje is gered van een zeer pijnlijke dood. De operatie is verricht door Clos Fleuris en daar hangt een fiks prijskaartje aan vast. Zij zijn echter de meest gespecialiseerde dierenartsen en hebben ondertussen ook al heel wat expertise opgebouwd, waardoor de ‘speciallekes’ bij hen altijd in goede handen zijn.

Er moet nog 250e gespaard worden om de volledige rekening te kunnen betalen. Wie zich geroepen voelt, mag welke bijdrage dan ook storten op :

001-3034194-13
onder vermelding van ‘Steun Ambroosje’.


Een lange naam, voor een piepklein mannetje…hopelijk nog met héél lang leven voor zich!






NOGMAALS MAX EN VOOR DE LAATSTE KEER, DROEFIE























Max doet het zeer goed. Zijn pels is aan het verdikken en door de cortisone-behandeling krabt en bijt hij zich veel minder. Terwijl hij verdoofd was voor de castratie is er van de gelegenheid gebruik gemaakt om hem een langwerkende anti-jeukprik te geven en hem nog eens goed te ontwormen en te ontvlooien, want Max laat zich onder geen enkele voorwaarde aanraken.
Integendeel. Het duurt zo’n 20 minuten alvorens zijn bench verschoond is omdat hij voortdurend naar voren schiet om aan te vallen. Vuilnisblikken, pollepels…het kan allemaal dienen om hem tijdens de verschoning op een afstand te houden. Met de vorige winter nog vers in het geheugen, blijft hij de komende lekker binnen. Over een veertiental dagen gaat de deur van de bench open, zodat hij vrij kan rondlopen en – zoals dat meestal gaat bij dit type poes – slapen en eten in zijn veilige huisje.
Het voornaamste is dat hij goed verzorgd wordt en een onderdak heeft – we zien dan wel wat de toekomst voor hem brengt.



Droefie deed het in het begin erg goed. Hij at goed, waste zich en gebruikte zijn nestje om lekker in te slapen (en niet om in te plassen, zoals ‘beroepszwervers’ soms doen). Even had ik de hoop dat hij op zou knappen, waarna hij nog jàren zou kunnen genieten van een comfortabel binnenleven.
Maar het was hem niet gegund.
Na de aanvankelijke opleving zakte hij – letterlijk – zienderogen in elkaar. Hij at al liggend, vermagerde sterk en sliep 23 van de 24 uur.
Droefie was te zeer ondermijnd door het bikkelharde buitenbestaan en er was geen hoop meer dat hij hiervan zou herstellen.

Afgelopen woensdag heeft de dierenarts hem ingeslapen.

Uit onderzoek bleek dat zijn linkervoorpoot compleet in tweeën was gebroken; een gecompliceerde breuk met vlijmscherpe botranden, die nooit vanzelf was geheeld en hem uitermate veel pijn gekost moet hebben. De weinige tanden die hij nog had, zaten vol ontstekingen en abcessen en bovendien leed hij hoogstwaarschijnlijk aan de dodelijke ziekte FIP.
Jarenlang is hij overgeleverd geweest aan de grillen van mens en natuur, met alle gevolgen vandien. Dat hij de laatste twee maanden van zijn leven een veilig en beschermd leven heeft geleid, is dan ook maar een schrale troost.

Lieve, bange Droefie, je blijft voor altijd in mijn herinnering als de meest droevige zwerver die ik ooit op mijn poezenpad heb ontmoet. Ik heb je veel te laat en slechts een heel klein beetje kunnen helpen maar weet dat je dan toch op het eind van je leven omringd werd met veel warmte en alle liefde die ik je maar kon geven. De vorige barre winter heb je helaas moeten doorstaan, maar godzijdank zullen alle volgende je voorgoed bespaard blijven…

zondag 28 augustus 2011

AMBROOSJE EN ANATOLE...HOE KWETSBAAR KUN JE ZIJN?










































































Na zoveel jaren zwerfpoezenwerk, schrik je niet zo makkelijk meer, maar bij het zien van deze twee hummeltjes moest ik toch even slikken. De foto's zijn gemaakt nadat ze onderhanden waren genomen, wat hier wil zeggen : nadat de etterkorsten van hun gezicht waren gepeld. Het linkeroog van Anatole komt goed, zijn rechteroogje zal geopereerd moeten worden. Ambroosje is er slechter aan toe. Hij is niet alleen een stuk kleiner, maar zal vermoedelijk ook nog beide ogen verliezen. Links zit er eigenlijk al geen oog meer, en aan de rechterkant hangt er een soort uitwas waar vermoedelijk zijn oog inzit. Morgenavond worden ze onderzocht door de dierenarts.


Waarschijnlijk vinden veel mensen dat het beter is hen meteen te laten inslapen - zeker Ambroosje.


Dat is gemakkelijk gezegd van op een afstand. Van dichtbij zie je echter twee piepkleine kereltjes die zich voor het eerst in hun prille leventje min of meer goed voelen : lekker op temperatuur dankzij het warmwaterbedje, verlost van ontelbare vlooien, zalf in de oogjes, natuurlijk op antibiotica en ontstekingsremmers (dus geen koorts meer) en allebei vallen ze om van genot wanneer je over hun buikje wrijft. Kortom, misschien wel voor het eerst sinds hun geboorte genieten ze van een normaal poezenleven.


Wie kan hier een eind aan maken??


Ik niet!

KAI EN KEDI, (HELAAS) MET EEN VERVOLG...

Een paar dagen geleden zag ik hem voor het eerst tussen de struiken zitten, zwart en o zo bang. Nog een broertje van Kai en Kedi?? Het kon bijna niet anders; hetzelfde onvolwassen postuur, dezelfde angst en die herkenbare dikke staart. Nummer vier dus. In dat geval alweer een verwilderde en dus onplaatsbare poes. Niet aan denken, zorgen voor later. Zo snel mogelijk de vangkooi zetten want hij heeft al lang genoeg in zijn eentje moeten buiten leven in dat rotweer.

Dus gisteren met de vangkooi op pad. "Poes, poesie, kom dan, éten!"
Niemand te zien.
Ik trek naar de volgende voederplek en keer even later terug.

En daar ligt hij dan. Iemand moet hem op de stoep hebben gelegd. Zo stil, zo koud en zo nat als je maar kan zijn wanneer je roerloos en onbeschermd, onafgebroken felle hagelregen over je heen hebt gehad.

Velen onder ons die dit werk doen hebben het al ervaren : je komt vaak te laat. De keren dat je op tijd was, ben je zo weer vergeten. De keren dat je te laat komt blijven op je netvlies gebrand.

Zo ook met het achtergelaten, eenzame broertje van Kai en Kedi. Ik heb hem nauwelijks gekend, maar de aanblik van zijn natte, gebroken lichaam zal mij nog lang bijblijven...

zondag 17 juli 2011

"ZWERVERS TREKKEN WEL HUN PLAN"...DROEFIE EN MAX BEWIJZEN HET TEGENDEEL!
























































In de reportage op AVS (naar aanleiding van de toekenning van de Dierenwelzijnsprijs), zag het er allemaal idyllisch uit : 5 weldoorvoede zwervers die op hun gemak kwamen eten uit een goedgevulde pot, onder een stralend lentezonnetje. De reden dat ze er zo goed uitzagen (en -zien) is omdat ze verzorgd worden als huiskatten (of beter : zoals huiskatten verzorgd zouden moeten worden), wat betekent dat ze allemaal gesteriliseerd of gecastreerd zijn, regelmatig ontwormd en ontvlooid worden en elke dag vers eten en te drinken krijgen. Het enige wat ze daar missen is een schuilplaats. De Stad Gent laat één (é-é-n) schuilhokje per park toe en aangezien er al één staat voor de grote zwerversgroep bij de rotsen (Citadelpark), zijn deze vijf blootgesteld aan weer en wind en in de winter aan de snerpende kou en ijzige sneeuw. En daar biedt een overhangend (kaal) struikje geen bescherming tegen!

Nochtans zijn ze er veel beter aan toe dan de zwervers waar helemaal niét naar omgekeken wordt. De zwervers die in hun eentje elke dag weer opnieuw hun kostje bij elkaar moeten scharrelen, altijd op hun hoede, altijd op de vlucht, soms dagen zonder (fatsoenlijk) eten en in warme periodes zonder een druppel water. In de winter zijn ze dan weer blootgesteld aan slagregen, vrieskou en sneeuw. De bewering dat zwerfpoezen altijd wel èrgens een schuilplaatsje vinden kan weerlegd worden aan de hand van een lijst met tegenvoorbeelden van hier tot in Tokio en hoort bijgevolg thuis in Fabeltjesland.

De foto’s van Max en Droefie spreken voor zich.

Max is plots opgedoken op het keldermuurtje hier beneden. Klokvast rond half 12 ’s nachts kwam hij over het grasveld aangesjokt en het was pas bij volle maan dat ik kon zien hoe erg hij er aan toe was : terwijl hij eet lopen de tranen uit zijn ontstoken ogen, zijn beide flanken zijn kaal gekrabt en –gelikt tot bloedens toe, hij ziet bruin van de vlooien en de luizen, hij heeft ‘frommeloren’ (kapot gekrabt door een zware en zeer pijnlijke oorontsteking, waardoor hij stokdoof is) en natuurlijk vergaat hij van de wormen.

Niet getalmd of getreuzeld. Meteen alle vangmethoden ingezet, maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Hoewel ik dichtbij eten en drinken mocht zetten, liet hij zich onder geen enkel beding aanraken (via‘de nekgreep’ zou hij dan in een transportbak met open bak gezet kunnen worden) en van in een vangkooi lopen was al helemaal geen sprake. De ‘Delhaizedames’ zetten op een halve kilometer hier vandaan ook elke dag eten en drinken voor hun zwerversploeg, en het was duidelijk dat hij eerst langs daar was gepasseerd, alvorens hier zijn toetje (gerookte makreel) te komen halen. Het voorspelde slechte weer voor 14 juli gaf echter de doorslag. Hij moèst en zóu daarvóór gevangen worden. Dan maar met de ‘lusmethode’, er zat niets anders op…

Je neemt een holle plastic buis waar je een dubbel touw doortrekt. Aan het ene eind hou je een lus die groot genoeg is voor het kopje van de poes en aan het andere eind leg je in elk eind touw een knoop om te beletten dat het weer de buis inschiet. Bij Max leek het in het begin wel een circusact : de lus hing vóór zijn etenspot en hij stak er gewoon zijn kop doorheen om aan zijn eten te kunnen (het gaat lang niet altijd zo makkelijk!). Zaak is om supersnel aan de knopenkant het touw aan te trekken, zodat de lus strak om de nek zit en poes niet meer weg kan. En nóg belangrijker is het transportbakje met open dak vlakbij te zetten, zodat je zo gauw als je kunt de poes erin kan ‘mikken’, het dak dichtklappen, het touw lossen en de stok terugtrekken, waarna het dak gesloten kan worden. Dat is precies zoals het bij Max gegaan is en het is niet bepaald de leukste vangmethode (zacht uitgedrukt) maar Max heeft zoveel kwalen en aandoeningen dat het doel hier de middelen heiligt.

Als je denkt aan het kleine wurmpje dat hij bij zijn geboorte was, hoe zijn moeder hem helemaal heeft schoongelikt waarna hij lekker tegen haar aan, veilig en verzadigd in slaap kon vallen, hoe zijn nieuwe gezin hem (misschien) als het kloeke beertje dat hij op 8 weken geweestzal zijn vertederd uit het nest heeft getild om hem mee naar huis te nemen (want het is overduidelijk dat hij mensen van dichtbij heeft meegemaakt) en hoe zijn leven verder is verlopen : ziek, vervuild, vereenzaamd, totaal op zichzelf aangewezen, dan is het niet moeilijk om te besluiten dat hij hier alle kansen krijgt die hem ontnomen zijn ook al is het zeer twijfelachtig of Max ooit nog een kwaliteitsvol bestaan kan leiden. Hij krijgt zware antibiotica en ontstekingsremmers door zijn (hoogwaardige) voeding, hij ligt droog en warm, hij kan alle angst en waakzaamheid van zich afleggen (al zal hij daar veel tijd voor nodig hebben), vluchten hoeft niet meer…

Droefies levensverhaal is zo mogelijk nog droeviger. Hij komt al jarenlang af en toe eten op een gecontroleerde voederplaats, maar was tot op heden met geen enkele vangmethode te lokken. Telkens wanneer je daar met de (vang-)kooi stond (waarvoor steeds een chauffeur ingeschakeld werd die ook nog eens bereid moest zijn om een paar uur bij de kooi ‘te posten’, want ten eerste kon de kooi op die plek niet alleen worden gelaten en ten tweede liep er natuurlijk regelmatig de verkeerde poes in), was hij niet te zien. En als hij tevoorschijn kwam, bleef hij altijd op afstand. Ondertussen was er steeds méér mis met hem. Eerst werd hij bruin (Droefie is oorspronkelijk zwart), toen kaler en kaler (hij krabde zich vrijwel voortdurend), toen hield hij zijn linkervoorpoot stijf voor zich uit in de lucht en liep hij te manken, toen begon hij uit zijn neus te bloeden, en toen … kwam hij ineens tot aan de fiets, waar iets extr lekkers op hem stond te wachten. Dat ging drie dagen goed, waarna hij weer voor weken verdween en ik dacht dat hij dood was. Tot hij weer opdook. En gisteren was het dan eindelijk zover. Alsof hij niet anders gewend was, liep hij afgaande op de visgeur, doodgemoedereerd het open transportbakje in, waarna ik de deur kon sluiten. Tegelijkertijd de langdurigste en de makkelijkste vangactie ooit!

Ook Droefie (die zo heet omdat hij de droevigste blik in zijn ogen heeft die ik ooit bij een poes heb gezien) wordt verzorgd met antibiotica en ontstekingsremmers. En ook bij Droefie kun je je afvragen of het nog goed komt. Maar ook hij zal zijn laatste levensjaren (-dagen? –weken?) niet langer meer in droefheid moeten doorbrengen.

Eind goed al goed. Althans, voor Max en Droefie. Maar om de spreuk van de organisatie ‘Spaanse Honden in Nood’ te citeren : je kunt misschien niet alle poezen van de wereld redden, maar je kunt wel de wereld van één poes (in dit geval twee) redden!

ZWANGERE POES AANGEREDEN ... VIJF DODEN!





























Half rechtop in de goot.
Dood.
Buik opengescheurd.
Hoogzwanger.

Meegenomen naar huis.

Donkere lapjeskattin van een maandje of acht.
Vier dode kittens.

Wie laat een poes van acht maanden oud al zwanger worden?
Wie laat een hoogzwangere poes buiten lopen?
Maar vooral, wie rijdt een poes aan en laat haar liggen??

Alle hulp komt te laat.
Het enige wat rest, is haar waardig te begraven, samen met haar ongeborenen.

Arme poes, wat was je leven kort en hoe abrupt is het geëindigd. Je bent helemaal alleen gestorven maar aan je graf stonden twee mensen met de tranen in de ogen, die verdrietig afscheid van je hebben genomen.



Je hebt nu een vaste verblijfplaats. We komen je af en toe groeten. Je bent niet meer alleen...

zondag 10 juli 2011

ONVERWACHT NOG TWEE ZUSJES VAN FLOSKE OPGEDOKEN!






























































De familie van Floske (zie bericht hieronder) blijkt groter dan verwacht. Een tiental dagen geleden kreeg ik telefoon van de melder dat er nog twee levende kittens waren opgedoken.

Een paar dagen daarvoor werden er ook al twee aangetroffen : eentje lag dood in de tuin en het ander lag te zieltogen op het graspad. Het is snel naar de dierenarts gebracht, waar het werd ingeslapen.

Rune en Romy leken echter OK ook al waren ze ondertussen een weekje of tien oud en zou het dus niet makkelijk worden om hen te vangen en tam te krijgen. Dat eerste viel mee. Beiden liepen binnen enkele minuten het open transportbakje in, waar wat sardientjes lekker in lagen te stinken. Snel het deurtje dichtgeklapt en hebbes!

En ook het tweede viel reuze mee : Rune en Romy waren weliswaar bang, maar wel zeer goed te aaien en zelfs te tillen. En dit allemaal dankzij de liefdevolle inspanningen van zoontje Guus (zie foto met Floske op schoot) die elke vrije minuut op zijn hurken bij de heg zat om hen te lokken en lekkere brokjes te geven. Vooral grijsgestreepte Rune is haar schrik voor mensen op die manier zo goed als verloren. Dank je wel lieve Guus, je hebt het halve werk al voor ons opgeknapt!

Het duo werd ontwormd en ontvlooid en comfortabel geïnstalleerd in hun nep-schapebontnestje.

Wat bleek echter?

Onder het staartje van Rune was er iets niet in orde. Onmiddellijk de dierenarts erbij gehaald die een prolaps constateerde : dit is een uitstulping van de dikke darm en moet zo snel mogelijk verholpen worden. Rune werd direct verdoofd, het stukje darm werd er weer ingeschoven en het gaatje werd met één draadje dichtgenaaid. Net op tijd! Runes darmwand was namelijk aan het scheuren. De volgende fase van deze aandoening is dat het stukje darm afsterft en dat zou een heel wat zwaardere operatie vereisen.

Was Rune buiten blijven lopen dan had ze geen enkele kans gehad om te overleven, nog gezwegen over de vreselijke lijdensweg die haar nu gelukkig bespaard is gebleven.

En zo liggen beide zusjes weer dicht tegen elkaar aan : gezond, veilig, warm en vooral ... met zicht op een definitief onderdak want er staat al een hele lieve adoptant te popelen!